Westcoastdetecting

Het munthuis in Gent

Produktbeschreibung

Gent, de rebelse stad bij uitstek, kende een bewogen geschiedenis. Gent had in de Middeleeuwen een voortrekkersrol, was de grootste stad van Vlaanderen, een belangrijk economisch centrum — denken we maar aan de lakennijverheid en het lastbreken — daar waar Brugge eerder het financieel centrum was. De historische feiten kan men dan ook terugvinden in de muntslag die er plaats vond. Het munthuis wordt het eerst vernoemd met een munt van Karel de Grote, de denarius geslagen in de Sint-Baafsabdij. Bij de verdeling van het Rijk van Karel de Grote in 843 (verdrag van Verdun) lag Gent op de grens met Duitsland (Keizers-Vlaanderen). De Schelde vormde met Gent op de linkeroever de scheiding tussen twee Rijken. Karolingische munten van Karel de Kale dragen in het omschrift ook de naam van Gent. Na de Dark Ages verwierven de Vlaamse graven het recht munt te mogen slaan. Filips van de Elzas, Boudewijn VIII en Boudewijn IX, Johanna van Constantinopel, Margaretha van Constantinopel, Gwijde van Dampierre lieten de kleine Vlaamse denier aanmaken. Margaretha van Constantinopel zou als eerste een 2/3 groot laten slaan in Keizers-Vlaanderen. Koning Filips III de Stoute van Frankrijk zou de nodige ordonnanties uitvaardigen opdat de muntcirculatie in Vlaanderen enkel zou geschieden met de Franse koninklijke munten en de munten geslagen in Kroon-Vlaanderen. Gwijde van Dampierre, Filips van Chieti en Loreto en door Robrecht van Béthune sloegen de eerste groten. De munten van Lodewijk van Nevers en Lodewijk van Male behoren tot de mooiste munten uit onze contreien. De verschillende revoltes hadden telkenmale het sluiten van het munthuis in Gent tot gevolg in 1348 en 1379. Telkenmale werd de muntactiviteit naar Brugge en/of Mechelen verplaatst. Filips de Stoute heropende het munthuis in Gent in 1386. Hij liet zowel munten in Mechelen, Gent als Brugge aanmaken. Zijn zoon Jan zonder Vrees zou alleen in Gent laten aanmunten. Karel de Stoute muntte niet in Gent. Na de dood van Maria van Bourgondië vond de muntslag plaats in Gent tussen 1482 en 1485 nadat het munthuis in Brugge was gesloten. Maximiliaan van Oostenrijk zou er pas na verschillende jaren in slagen Gent te onderwerpen. Tijdens deze revolte (1488-1491) slaat de stad gouden, zilveren en koperen munten. Het munthuis zou negentig jaar gesloten blijven, tot in 1581. Tijdens de Calvinistische Republiek in Gent werden opnieuw munten geslagen en dit voor het laatst in 1584, toen het munthuis definitief haar deuren sloot. Bij de redactie van de drie boekdelen worden alle bekende bronnen geraadpleegd en gebundeld tot een allesomvattende studie over het Gentse munthuis. Om complete slagaantallen te bepalen, was het echter noodzakelijk ook de Munt van Brugge en de Munt van Mechelen op te nemen in deze publicatie. In de bestudeerde ordonnanties, rekeningen, commissiebrieven, busboeken werden vaak de tot nog toe ontbrekende missing links gevonden. Heel wat 'vermoedens' worden in deze publicaties definitief bevestigd of afgeschreven, heel wat slagaantallen precies bepaald. Het integraal opnemen van al deze bronnen was hiervan een logisch gevolg. Voor het eerst worden al de bestaande rekeningen van Lodewijk van Nevers, Lodewijk van Male, Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië, de minderjarige Filips de Schone (1482-1485), de rekening van 1489 en de twee rekeningen van Jan Ghysbrecht (1581-1585) integraal getranscribeerd. Ook de busboeken van de waardijn worden gepubliceerd, deze lieten toe opsplitsingen voor de goudaanmunting te maken. Dit impressionant en exhaustief naslagwerk wordt in 3 boekdelen gepubliceerd : • Het eerste boekdeel eindigt met het overlijden van Lodewijk van Male (1384) – 24 x 29,7 cm, hardcover, 452 pagina’s • Het tweede deel behelst de Bourgondische hertogen Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Filips de Goede tot 1433 - 24 x 29,7 cm, hardcover, 524 pagina’s. • Het derde deel handelt over de uniforme muntslag (de ‘vierlander’) van Filips de Goede, de revolte tegen Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1488) en de Calvinistische stadsrepubliek Gent (1581-1584) - 24 x 29,7 cm, hardcover, 640 pagina’s